Veldnamen

Klik hier om direct naar het veldnamen overzicht te gaan.

Wat zijn veldnamen?

Mensen geven overal namen aan. Dat is een manier om de dingen uit elkaar te houden, om te laten zien dat je ze goed kent of dat ze jouw eigendom zijn. Ook stukken land krijgen gewoonlijk een naam. In zo’n geval spreken we van veldnamen; niet te verwarren met erf- of boerderijnamen. Deze beschrijving is ontleend aan M. Schönfeld, Veldnamen in Nederland Alle voorbeelden in de volgende tekst zijn veldnamen die (ook) in Harreveld voorkomen.

Er zijn vele soorten veldnamen. Sommige geven de hoge of lage ligging aan. Harreveldse voorbeelden hiervan zijn ‘t Hogestukke , de Laegte en Hammengat . Andere zeggen iets over de bodemgesteldheid. Kostverloren, bijvoorbeeld, betekent niet-erg-vruchtbaar.

Soms verwijzen veldnamen naar de (vroegere) begroeiing van het perceel, bijvoorbeeld ‘t Heetland (heide), ‘t Russenland (biezen) en Weggelas zienen pos (gagel), of hebben ze te maken met het (vroegere) gebruik ervan, zoals d’n Akker, d’n Reuvenkamp Ooimansweide.

Er zijn ook namen die aangeven welke dieren er in het gebied huisden (of huizen), zoals d’n Moezenbulte, de Knienenwrange en de Kranemaot, of er werden (of worden) geweid, bijvoorbeeld de Koomaot, d’n Schaopenbulte of ‘t Hengstenslat.

Weer andere zijn ontleend aan de vorm van het land, zoals ‘t Breë-ende, d’n Hollenkamp, Trienentute en ‘t Veugelstrik , aan de grootte van het perceel, bijvoorbeeld Möllaszaod (een mölder is 4 schepel), of aan de positie, bijvoorbeeld d’n Egterstenkamp en ‘t Oosterstukke.

In veldnamen blijft soms ook de naam van de (vroegere) eigenaar of gebruiker bewaard, zoals in Mellinkriette , Geeskes-Mienekensbos Toebeskamp, Baertenbulte en Keizersweide .

Veldnamen bevatten dus een schat aan informatie. Helaas zijn ze, onder meer door de ruilverkaveling in de jaren 1970, langzamerhand wat in onbruik geraakt. Alleen al omdat ze zo’n geweldige bron van historische kennis van de streek zijn, mogen ze niet verloren gaan.

Hoe zijn de Harreveldse veldnamen bewaard gebleven?

Het meeste verzamelwerk is gedaan in 1983 en 1984. Met oude kadasterkaarten onder de arm ging ik op bezoek bij mensen van wie ik veel informatie verwachtte. Meestal stelden ze mij niet teleur. Ik kon heel wat veldnamen op de kaarten noteren. Vaak vertelden die informanten nog veel méér over vroeger. Voor zover mogelijk heb ik dit verwerkt in hoofdstuk 4 (dat verder vooral gaat over boerderij- en familienamen en dus strikt genomen niet echt bij het onderwerp hoort). Ik denk met genoegen terug aan de gesprekken van toen, want ik heb er heel veel van opgestoken.

Toen ik in 1983 begon met verzamelen was ik werkloos en had dus tijd genoeg. Later kwam daar verandering in. Meer dan vijftien jaar lang bleven de kaarten in een doos opgeborgen. Pas in het jaar 2000 kwamen ze weer tevoorschijn en toen ontstond ook het idee voor deze publicatie. De inventarisatie is indertijd nauwgezet en grondig aangepakt, maar dat garandeert natuurlijk nog niet dat hij feilloos en volledig is. Deze publicatie voorkomt in elk geval dat de toen-verzamelde kennis verloren gaat. Aanvullen en verbeteren kan altijd nog. Uw reacties zijn (ook om die reden) van harte welkom op: h.tankink1@chello.nl

Ik draag deze pagina’s op aan mijn toenmalige informanten. Hun namen staan hieronder genoemd. Alleen dankzij hun medewerking heb ik dit kunnen maken. Inmiddels zijn de meesten van hen niet meer in leven, zodat ze het resultaat nooit hebben kunnen zien. Maar ik geloof vast dat ze er trots op zouden zijn geweest.
Ook ben ik dankbaar voor de hulp van Erik Rietberg. Hij wees mij de weg wanneer ik verdwaalde in computerland. Waar zou een digibeet zijn zonder whizzkid?