Eitinck Lindeboomweg

Het verhaal dat verteld moet worden.

Harreveld;         1940 – 1945.

Het kerkdorp Harreveld is in de tweede wereldoorlog vrij ongeschonden uit de strijd gekomen. Op vele boerderijen werden onderduikers en evacuees geplaatst. Vaak werden ze door de pastoor of iemand anders benaderd om er nog weer een of meerdere te huisvesten.

Zo was het dat in het midden van de oorlog de pastoor ook bij mijn opa < Johannes Bernardus Eitinck geb. 23-08-1871 aan de (nu) Lindeboomweg 39 > kwam om te vragen of ze nog een onderduiker konden opnemen. Opa stemde meteen in; die jongen moet geholpen worden. De pastoor vertelde nog wel dat de onderduiker een broer was van een broeder van het Internaat, broeder Timotheus – Simon van Zelm. En dat ze voor hun boerderij gekozen hadden omdat het een eind van de openbare weg aflag. Alles was toen nog een zandweg.

Boerderij Eitinck

Een paar dagen later kwam inderdaad de onderduiker bij het huis van mijn opa aan. Mijn Oom Hent Eitinck en mijn moeder Engelien Eitinck woonden ook nog op de boerderij. Ze waren toen nog niet getrouwd.

Het was een leuke jongen die grappig kon vertellen. Zijn naam was Cor van Zelm uit Blokker. Hij werd gezocht door de Duitsers dat vertelde hij nog wel. Ome Hent zou daarom voor hem een schuilplaats op zolder maken. Maar toen het mooie weer aankwam ging hij ook wel eens mee naar het land om, gekleed in een oude kiel met klompen en de pet op, mee te helpen. Waar hij wel moeite mee had was het verstaan van ons dialect. “Ik kan een Pools iemand beter verstaan dan jullie” zei hij vaak. Zo ging de tijd voorbij. Broeder Timotheus van het Internaat was blij dat Cor in Harreveld zat en schreef daarom zijn zus Cato in Blokker  een brief met de mededeling dat hun broer Cor veilig was en ondergedoken zat bij de Familie Eitinck in Harreveld. Het adres had hij ook vermeld. Had hij dat maar nooit gedaan want een paar dagen later werd er een inval gepleegd bij Cato waar de Duitsers de bewuste brief op het dressoir zagen liggen. Toen was het een koud kunstje om Cor van Zelm in Harreveld op te pakken. En aldus geschiede.

Op een warme zomermiddag zagen mijn moeder en ome Hent een hele groep Duitse soldaten hun zandpad oprijden. Cor zat boven op zolder en opa lag in bed zijn middagdutje te doen. Een groot aantal militairen sprongen van de wagens af en riepen Wo ist er? Ome Hent en mijn moeder deden eerst alsof ze het niet begrepen, maar al gauw werd de naam genoemd. Dhr. van Zelm wird gesucht. “Din kenne wej neet” had Ome Hent nog gezegd. En meteen kreeg hij een vuistslag van een Duitse soldaat. Die had hem een paar tanden uit de mond geslagen. Ome Hent bloedde verschrikkelijk. Opa inmiddels wakker geworden van het kabaal, kwam met de hooivork aanlopen en wilde die Duitsers van zijn erf afslaan.  Ook Cor die het allemaal gehoord had zat boven op de zolder verstopt maar het duurde niet lang of ze vonden hem. Ze sleurden hem naar de vrachtwagen waar ook Ome Hent opgeladen werd. Mijn moeder heeft vaak verteld dat ze vaak droomde over dat moment, zo waren ze met z’n vieren en binnen een half uur bleef zij alleen over met opa en moesten zij de boerderij voortzetten. Ze hadden geen idee waar de twee naar toe gebracht waren. Na een aantal dagen hoorden ze van mensen die in de ondergrondse zaten dat ome Hent was opgesloten in het gemeentehuis van Lichtenvoorde. Van Cor wist niemand waar hij gebleven was.

Ver na de oorlog hoorden zij van broeder Timotheus dat hij naar Rusland was verbannen en via Polen en Duitsland weer gevlucht was richting Nederland.

Maar er was iets anders; tijdens het verblijf van Cor bij de familie Eitinck heeft hij nooit iemand verteld waarom hij moest onderduiken en de Duitsers zo fel waren om hem te pakken te krijgen.

De reden voor het onderduiken was dat Cor had getekend voor de Jugend SS maar toen hij eenmaal in Duitsland een opleiding kreeg begreep hij dat hij het helemaal verkeerd had gezien. Hij had veel spijt van het tekenen waarop hij besloot te vluchten richting zijn broer in Harreveld. Zowel de pastoor als de broeder hebben dit nooit verteld aan mijn opa, moeder en oom.

Maar om de geschiedenis verder te vertellen… Ome Cor zo noemden mijn broer en ik hem altijd, kwam ieder jaar voor een paar dagen bij ons thuis in Zieuwent en bracht altijd leuke dingen mee uit de stad. Hij was een straffe roker en de sigaren waren niet aan te halen. Zo stuurde hij alle sigarenbandjes naar ons op en dat vonden wij geweldig. Als jong meisje ben ik ook een aantal keren bij hem in Amsterdam geweest waar hij hoofd was van het restaurant in de Beijenkorf. Daar trakteerde hij me altijd volop.  Met de tram gingen we naar het strand in Zandvoort en naar Avifauna of Artis. Hij zei altijd; “ Ik kan het alleen op deze manier nog goed maken”. Toen ik nog jong was begreep ik dat niet altijd, maar later toen ik meer van de oorlog te weten kwam en wist hoe het gegaan was bij mijn opa op de boerderij, begreep ik het heel goed.

Op latere leeftijd, Cor was inmiddels getrouwd met tante Toni, gingen ze ieder jaar een aantal maanden naar Spanje omdat hij zo’n last van reuma had. Het was een heel aardig stel en voor ons was niks te veel. Van die reuma zei hij altijd dat hij die opgelopen had in die koude gevangenissen. Cor is 75 jaar geworden.

Onderduiker Cor met zijn vrouw Toni

Waarom heb ik dit verhaal geschreven? Ik weet dat er in Harreveld een heel aantal (oudere) mensen zijn die dit verhaal niet kennen en om het niet verloren te laten gaan heb ik het maar eens op papier gezet.

Een hartelijke groet, Willemien Wolters – Niewhoff, kleindochter van B. Eitinck, dochter van E. Niewhoff-Eitinck.

Bernard Eitinck

Hent Eitinck