Krabben op ‘t Reinas

Mijn naam is Fons Krabben voor de ouderen in het dorp ook wel Reinas Fons. Ik ben op het Reinas geboren op 16 januari 1940 als jongste van 11 kinderen. Mijn vader Hendrik is getrouwd met Dina Waenink Plaaten. Hun kinderen voor mij geboren zijn Riek, Bernhard, Willem, Jan, Marie, Annie, Willemien, Antoon, Joop en Thea.

Het huidige Erve Reinas is genoemd naar de voormalige boerderij Reinas adres F12. Midden jaren 1950 werd het adres de Bothweg 11, genoemd naar dhr en mvr  de Both. Zij waren vroeger jaren woonachtig op de Havezate Harreveld.

De boerderij Reinas gebouwd in 1781 grensde aan de Havezate, een gracht gaf de scheiding aan. Ik wil toch even vermelden dat een kadaster kaart uit 1863 in mijn bezit, aangeeft dat daarop staat de naam Rienders, waarschijnlijk is door de jaren heen de naam veranderd in Reinas. 

Huize Reinas

Het Reinas, een boerderij met schuur of ook wel een schoppe genoemd, is gekocht door mijn vader Hendrik  geboren 8 augustus 1891 overleden april 1968. In 1906 is hij samen met zijn ouders en gezin verhuisd van Lichtenvoorde naar Harreveld, hij was toen 15 jaar. Zijn vader Bernhard ging op het Reinas als pachter boeren. Als oudste zoon was het bijna vanzelfsprekend dat hij de boerderij over zou nemen. In 1920 heeft hij de boerderij Reinas gekocht, een boerderij met 10 hectare grond. Inmiddels had hij al enige jaren verkering met Plaaten Dina Waenink geboren30 januari 1896 overleden augustus 1984. In 1922 volgde een huwelijk.

Hendrik Krabben en Dina Weanink verloving 1920-25

Ondanks dat zij gelukkig waren getrouwd volgden er financieel moeilijke jaren, zij vertelden daar jaren later wel eens over. Na de koop van de boerderij volgden eerst de crisis jaren, er werd op de boerderij weinig verdiend. In de oorlog daarna werd er jaren ook niets of weinig verdiend. In die zelfde periode werden er 11 kinderen geboren tel uit je winst (natuurlijk niet) het ware hele moeilijke jaren. Het grote gezin moest gekleed en gevoed worden en de bank vroeg zijn rente en aflossing.

Even terug naar de oorlogs jaren. Natuurlijk weet ik er niet zoveel van maar wel van horen zeggen. Aan het laatste jaar van de oorlog, ik was toen 5 jaar, heb ik wel herinneringen. Aan het einde van de oorlog waren de Duitsers aan het terug trekken, rondom de boerderij hadden we regelmatig inkwartiering. Om de boerderij stonden veel loofbomen dat gaf hun tanks en andere voertuigen  beschutting voor de Engelse vliegtuigen. Als kind van 5 jaar liep ik daar tussen niet echt wetend wat er gaande was. De Duitse soldaten waren vriendelijk naar ons en soms kregen wij van hun ‘kwatta‘ of ‘beschwies’.

Een ander beleving was dat mijn oudste broer Bernhard, hij was 20 jaar, zich moest melden om te werken in Duitsland. Dat heeft hij nooit gedaan hij was ondergedoken bij een gezin in Zieuwent. Als jongste broer miste je hem, niet wetende wat er gaande was. Vader had iedereen ingeprent;  “als ze vragen naar Bernhard moet je zeggen dat hij naar Duitsland is”.

Willem was jonger hij moest regelmatig naar Zevenaar om te graven voor de Todd, de sport was om zo weinig mogelijk te doen want eigenlijk werkte je voor de vijand.

Jan toen 16 jaar kwam te werken op de boerderij van het internaat, zijn baas was Broeder Gradus. Hij kwam regelmatig mijn vader opzoeken om over koetjes en kalfjes te praten en tussendoor liet hij weten zeer tevreden te zijn over Jan. Omdat Jan daar werkte waren wij als jongere broers kind aan huis op het internaat en hun boerderij. Gevolg was dat de tuinbroeder aan mijn broers Antoon en Joop vroeg of zij wilden helpen met plukken van aardbeien. In die tijd waren de internaat jongens thuis omdat het internaat een nood hospitaal was. De Broeder was blij met de hulp van mijn broers. Op een morgen ben ik over de brug gegaan en mij vervoegd bij mijn broers die de aardbeien keurig in mandjes deponeerden. De eerste die ik plukte ging richting mijn mond en ik weet nog verdomde goed hoe lekker het smaakte. Bij ons thuis hadden we wel een groente tuin wat hof werd genoemd. Daar stond van alles in maar geen aardbeien. Terug naar de aardbeien bij de broeder, alles wat ik plukte ging richting mijn mond. De broeder had waarschijnlijk alles goed waargenomen en hield het netjes, maar liet mijn broers weten: “ laat die kleine maar thuis als jullie vanmiddag terug komen”.

Geleidelijk aan naderde het einde van de oorlog, de band met de broeders bleef bestaan, regelmatig kwamen ze op de koffie, zo ook broeder Felix de kleermaker. Deze liet nog wel eens een lap stof achter, hij wist dat dat grootte gezin het goed gebruiken kon. Daar stond wel iets tegen over, zeg maar een ongeschreven regel. Zondags tijdens het ontbijt na de Hoogmis was het vaste prik dat broeder Felix binnen kwam. De pan met ‘spekhassen’ stond dan op tafel, nog extra lekker omdat er zondags roomboter bij gedaan werd. Mijn ouders vonden het goed dat hij een ‘spekhasse’ pakte. Wat mijn als kind opviel was dat hij altijd de grootste nam, maar dat is hem vergeven.

Enkele jaren na de oorlog in 1948 kwam er stroom richting de Achterbos, dat was een enorme vooruitgang. Daarvoor moesten wij het doen met een petroleumlamp, één in de keuken, één in de kamer en een stormlamp op de deel maar die was alleen aan als daar werkzaamheden werden verricht. Nadat de meter was geplaatst en wij officieel waren aangesloten ontstond er voor ons een nieuwe wereld. Een knop omdraaien en er brandde licht en er werd een radio gekocht niet te geloven allemaal.

De jaren 50 volgden, ik hoorde mijn ouders wel eens zeggen, “nu eindelijk wordt er geld gemaakt”. M.a.w. er word na zoveel jaren eindelijk eens geld verdiend. Daar volgde op dat in overleg met de plaatselijke bank het misschien mogelijk was een nieuw woonhuis te gaan bouwen. Het oude woonhuis werd onbewoonbaar verklaard. Het bracht f 1000-  startgeld op voor de nieuwe woning. In 1955 werd begonnen met de bouw van de nieuwe woning, in juni 1956 zij wij er ingetrokken. Wat een luxe, een gebeurtenis om nooit meer te vergeten.

Riek en Willem hebben deze gebeurtenis niet mee gemaakt zij waren inmiddels getrouwd. Riek trouwde in 1950 met Hendrik Wolters, Köster en zij kwamen te wonen aan de Ursulastraat waar Hendrik hun woonhuis had gebouwd. Willem trouwde in 1951 met Marie ten Have Ooiman en kwam te wonen aan de Kerkstraat bij Ooimans Jan en zette daar samen met Marie de boerderij voort. Willem was naast mijn vader de boer op Reinas. Na zijn vertrek nam Joop, toen 16 jaar, zijn plaats over. Willem ondersteunde hem de eerste jaren door veel samen te werken.

De een na de ander trouwden en verlieten het Reinas. Joop trouwde in 1963 met Bets Hilderink en zij zetten samen de boerderij voort. Jaren later kon Joop inspecteur worden bij het NRS, het Nederlands Rundvee Stamboek. Hij was zeer gezien in die kringen vanwege zijn grote kennis op vee fok gebied. Het had tot gevolg dat de boerderij geleidelijk aan werd verkocht. Een groot deel werd gekocht door zijn broer Willem die inmiddels een maatschap had met zijn zoon Theo. Het toeval wil dat Theo jaren later de boerderij van Severt kocht waarna de gronden aansloten.

Joop stierf in oktober 2000 op 64 jarige leeftijd. Zijn vrouw Bets ging een jaar later verhuizen. Het woonhuis met erf werd gekocht door de familie Hulshof, en daarmee kwam een einde aan het wonen van de familie Krabben op het Reinas.

Het erf met schuren werd door de zonen van Joop en Bets verkocht aan de gemeente Lichtenvoorde, de gemeente had daar voornemens een ‘erf’ van 9 woningen te bouwen. En zo geschiedde. Het kreeg de naam ‘Erve Reinas’.

Nu 2020 zijn nog in leven van de familie Krabben, Annie 89 jaar,  Thea 82 jaar en Fons 80 jaar zijn vrouw Riet 80 jaar, daarnaast nog in leven de weduwen van Bernhard, Marietje te Molder 92 jaar, van Jan, Marie Tankink 90 jaar, van Antoon, Dies te Welscher 84 jaar, en van Joop, Bets Hilderink 82 jaar.

Opgetekend door een voormalige bewoner van op het Reinas. Oktober 2020

Fons Krabben, Reinas Fons.

Trouwboekje
Hendrik en Dina Krabben-Reinas en 3 kinderen
Familie Krabben-Reinas 1940/1941
Alle 11 Krabben-Reinas kinderen